Help

Terugmeldcontacten

Het venster Nieuwe terugmelder in RailKernel
Een terugmelddefinitie identificeert één fysiek detectiecontact en het canvaselement dat het bewaakt.

Terugmeldcontacten vertellen RailKernel welke delen van de spoorbaan bezet zijn. Hun adressen verbinden fysieke detectiehardware met canvaselementen, blokken, actieregels en automatisch rijden.

Een terugmelder maken en plaatsen

Open Nieuwe terugmelder, voer een adres in of selecteer het en druk op OK. Selecteer daarna de aaneengesloten detectiesectie op het canvas. Een terugmelder zonder adres plannen kan ook: zet zowel module als contact op 0. Geef hem een geldig adres voordat je hem op een centrale aanmaakt. Gebruik voor automatische plaatsing binnen blokken Generate Feedbacks, zoals hieronder beschreven.

Lees Muis- en canvasbediening

Velden in Nieuwe terugmelder

Bij een aangesloten terugmelder moet het adres overeenkomen met het fysieke contact. Module 0 samen met contact 0 betekent nog geen adres; een aangesloten contact gebruikt een positief modulenummer en contact 1–16.

Bestaande terugmelder
Selecteer een in de centrale gevonden terugmelder om bekende naam en adres over te nemen, of kies Handmatige invoer.
Naam
Een unieke operationele naam op canvas, in blokken, monitors, actieregels en logs. Kies een naam die de fysieke detectiesectie herkenbaar maakt.
Centrale
De centrale waarvan RailKernel deze terugmeldstand ontvangt.
Bus
Het nummer van de terugmeldbus. Bij een CS3 S88 Link kiest dit bus 0, 1, 2 of 3; voor andere centrales volgt de betekenis hun driver en protocol.
S88-terugmelder
Kies dit voor een contact via een S88 Link-bus. Laat het uit voor modules op de directe terugmeldaansluiting van de centrale.
Module
Het modulenummer op de gekozen directe aansluiting of S88-bus.
Contact
Het ingangsnummer, 1–16, of 0 samen met module 0 voor een terugmelder zonder adres. Na toewijzing moet de combinatie centrale, aansluitingstype, bus, module en contact uniek zijn.
Stand en Omschakelen
Bij bewerken toont dit de huidige stand FREE of OCCUPIED. Omschakelen is nuttig voor gecontroleerd testen; een nieuwe definitie heeft nog geen stand.
Uitsluiten van noodstop
Voorkomt dat wijzigingen van dit contact meedoen aan de algemene noodstopafhandeling. Gebruik dit alleen als doel en veiligheidsgevolgen volledig duidelijk zijn.
Als onbetrouwbaar markeren
Legt vast dat de detector instabiel of minder betrouwbaar is, zodat dit tijdens bedrijf en probleemonderzoek zichtbaar blijft.
Terugmelder zoeken
Sluit bij bewerken de definitiewerkwijze en markeert de terugmelder op het canvas. RailKernel waarschuwt ook wanneer een actieregel ernaar verwijst.

Terugmelders binnen blokken genereren

Eerst de blokken voorbereiden

Kies Definiëren → Generate Feedbacks, onder Blokken genereren. Deze stap maakt plaatsingen zonder adressen en koppelt ze aan hun blok. Vul Minimum Feedbacklength (mm), Maximum feedbacklength (mm) en het minimumaantal terugmelders per blok in (standaard 3). Lege lengtevelden betekenen geen grens. Grenzen liggen op railverbindingen. Bestaande terugmelders blijven op hun plek en tellen mee voor het minimum.

Herkende 24047-constructies komen eerst: het gedeelte tussen de vierkante haken wordt één terugmelder, inclusief de binnenste 24047-rails. De twee buitenste rails vallen buiten die terugmelder. De constructie moet volledig in één blok passen en de terugmelder moet aan de lengtegrenzen voldoen. Conflicten, overlappende of ongeschikte blokken en dubbelzinnige lussen worden gemeld. Geldige nieuw gemaakte 24047-terugmelders blijven behouden als de daaropvolgende vul- of afstandsstap niet kan worden voltooid.

Volledig vullen: zo gelijk mogelijke lengtes

Vink Fill blocks completely with feedbacks aan om alle geschikte rails in ieder blok te vullen. RailKernel zoekt het kleinste haalbare aantal terugmelders vanaf het opgegeven minimum en maakt de secties binnen de grenzen zo gelijk mogelijk van lengte. Het aantal is dus een minimum, geen exact aantal: de maximumlengte kan meer secties noodzakelijk maken. Bestaande terugmelders worden niet verlengd of ingekort. Dit is bruikbaar bij een DC-baan met doorlopende detectie.

Losse secties: kort en gelijkmatig verdeeld

Laat Fill blocks completely with feedbacks uitgevinkt (de standaard) voor losse detectiesecties. Nieuwe secties worden zo kort mogelijk, met inachtneming van de minimum- en maximumlengte. Ze worden zo gelijkmatig verdeeld als de rails en bestaande terugmelders toelaten.

Keep 1 rail distance from block boundaries laat aan beide uiteinden van een open blok één volledig railelement vrij. Minimum distance between feedbacks (mm) is de vrije spoorlengte tussen secties, gemeten langs de rails en niet hemelsbreed. Beide voorwaarden moeten ook rondom bestaande terugmelders passen. Is er geen geldige indeling, dan meldt de samenvatting waarom. Pas grenzen of minimumaantal aan en probeer opnieuw; bestaande plaatsingen blijven behouden.

Delete maiden feedbacks

De knop Delete maiden feedbacks linksonder verwijdert na bevestiging alle terugmelders zonder adres uit het project, ook handmatig geplaatste. Hun koppelingen worden verwijderd; rails en blokken blijven staan. Actieregels die naar verwijderde terugmelders verwijzen worden uitgeschakeld. Dit geldt voor het hele project, niet alleen voor de laatste generatieronde. Terugmelders met een adres blijven behouden.

Adressen en moduleposities genereren

Kies na het plaatsen Definiëren → Generate Feedback Addresses. Stel # native buses (standaard 1), # s88 buses (standaard 2) en # available extra 16-contact modules in. De derde waarde is extra hardware, niet het totaal inclusief bestaande modules. Standaard staat hier het minimaal benodigde aantal na aftrek van vrije contacten op bestaande modules. Bij meerdere centrales gelden de busaantallen per centrale; het aantal extra modules is een gezamenlijk totaal.

Met OK berekent RailKernel een plan voor alle terugmelders zonder adres. Bestaande adressen en opgeslagen moduleposities blijven vast; vrije contacten van die modules kunnen worden hergebruikt. Nieuwe modules worden zo geplaatst dat de totale draadlengte zo klein mogelijk wordt binnen de capaciteit van 16 contacten. Daarna worden ze zo gelijkmatig mogelijk over de ingestelde native- en S88-bussen verdeeld, rekening houdend met bestaande moduleaantallen. Extra modules kunnen de indeling verbeteren; ongebruikte modules hoeven niet te worden aangemaakt. De optimalisatie geeft geen garantie op het wiskundig absolute minimum.

De samenvatting toont toegewezen adressen, hergebruikte contacten, toegevoegde modules en nieuwe draadlengte. Te weinig capaciteit, dubbele adressen of onbruikbare geometrie worden gemeld voordat een plan wordt toegepast. De generatie wijzigt het project en programmeert of synchroniseert de centrale niet automatisch. Controleer de fysieke bedrading en gebruik daarna de gewone synchronisatie.

Infrastructuur tonen en gebouwen vermijden

View → Show Feedback Infra, onder Show Design, toont per geadresseerde module een blauwe omcirkelde M met blauwe draden naar de bijbehorende terugmelders. Een module wordt onderscheiden op centrale, native/S88-type, bus en modulenummer. Adresgeneratie zet deze weergave aan. Alleen de infrastructuur tonen kent geen adressen toe.

Gebouwen zijn obstakels bij de infrastructuurgeneratie. Teken vóór het genereren een tijdelijk gebouw over bijvoorbeeld een loopruimte om daar geen draden doorheen te laten lopen. Houd aansluitpunten van terugmelders en vaste modules buiten de omtrek. Moduleposities en draadroutes vermijden de gebouwen; een onmogelijke route wordt gemeld. Sla het project na generatie op. Routes, moduleposities en de herkomst van gegenereerde adressen worden bewaard. Het tijdelijke gebouw daarna verwijderen trekt de opgeslagen omweg dus niet weer recht.

Gegenereerde adressen terugdraaien

Gebruik Undo generated addresses linksonder in de adresgeneratiedialoog. Na bevestiging verdwijnen alle adressen die nog als gegenereerd zijn gemarkeerd, ook uit eerdere rondes en na heropenen van het opgeslagen project. Plaatsingen en handmatige adressen blijven behouden. Gegenereerde modules zonder resterende geadresseerde terugmelders worden verwijderd. Door een adres handmatig te wijzigen wordt het handmatig en beschermd tegen deze opruiming. Pas daarna obstakels, busaantallen of extra modules aan en genereer een nieuw plan. Sla opnieuw op om de wijziging te bewaren.

Terugmeldmanager

De dockbare Terugmeldmanager vergelijkt de terugmelddefinities in het baanplan met de terugmelders die uit de verbonden centrales zijn gelezen. Kies Alle voor het complete overzicht of één centrale om die afzonderlijk te beheren. De tabel toont Status, Centrale, Baanplannaam en de echte CS-naam, gevolgd door bron, bus, module, contact en operationele gegevens. De koppeling gebruikt centrale, brontype (direct of S88), bus, module en contact; de namen hoeven niet gelijk te zijn. Vernieuwen leest en vergelijkt alles opnieuw.

Vergelijkingsstatussen en geldige bereiken

Iedere regel heeft één van vier vergelijkingsstatussen:

Matched
Precies één baanplanterugmelder en één centraleterugmelder gebruiken dezelfde centrale, hetzelfde brontype, bus, module en contact.
Layout only
De terugmelder is in het RailKernel-baanplan gedefinieerd, maar ontbreekt in de centrale.
Command station only
De centrale bevat een terugmelder waarvoor geen baanplandefinitie bestaat.
Conflict
Meer dan één baanplan- of centraleterugmelder bezet dezelfde volledige fysieke locatie, waardoor een unieke koppeling onmogelijk is.

Outranged is een aanvullende waarschuwing en geen vijfde vergelijkingsstatus. Rode regels gebruiken een modulenummer boven de geconfigureerde buslengte die deze CS3 rapporteert, of boven de gedefinieerde lengte als geen geconfigureerde waarde beschikbaar is. Bij één gekozen centrale toont de regel naast de keuzelijst de gebruikte geconfigureerde lengte van de directe CS3-bus en de S88 Link-bussen 0 tot en met 3. Onbekende S88-waarden gelden als nul wanneer de centrale geen S88-bussen rapporteert.

Terugmelders met een centrale synchroniseren

Sync Feedbacks with CS wordt alleen actief voor één gekozen centrale die terugmelders kan verwijderen. Na jouw bevestiging maakt RailKernel ondersteunde Layout only-terugmelders in de centrale aan, verwijdert Command station only-terugmelders en vervangt ondubbelzinnige conflicten door de centraleregels te verwijderen en de baanplandefinitie opnieuw aan te maken. Directe terugmelders gebruiken bus 0; S88 Link-terugmelders mogen bus 0 tot en met 3 gebruiken. Een modaal voortgangsvenster toont iedere handeling en blijft open tot je op OK drukt. Daarna leest de manager de centrale opnieuw uit. Als alles al Matched is, valt er niets te synchroniseren.

Van de juiste kant verwijderen

Verwijderen volgt de geselecteerde regel. Layout only verwijdert de RailKernel-definitie; Command station only verwijdert de centraleregel; Matched verwijdert beide, eerst uit de centrale en pas na succes uit het baanplan. Iedere handeling vraagt om bevestiging. Een baanplanterugmelder die door een blok wordt gebruikt kan niet worden verwijderd. Verwijderen uit de centrale is alleen beschikbaar als de gekozen centraledriver dit ondersteunt.

De Terugmeldmonitor

De Terugmeldmonitor toont de volledige geconfigureerde adresruimte per centrale. Iedere rij is een directe of S88-module en iedere kolom contact 1 tot en met 16. Live laat de weergave inkomende gebeurtenissen volgen; Vernieuwen bouwt hem opnieuw op uit project- en centralegegevens. Dubbelklik op een gedefinieerde terugmelder om hem te bewerken. Tooltips vermelden naam, gekoppeld blok en eventuele actieregels.

De RailKernel Terugmeldmonitor met modules, contacten en actuele standen
De monitor combineert fysieke detectoradressen met projectnamen, bezetting en actieregelinformatie.

Kleuren in de monitor

Groen betekent dat een gedefinieerde terugmelder vrij is en rood dat hij bezet is. Grijze cellen hebben op dat fysieke adres geen projectterugmelder. Een dikke blauwe rand markeert een terugmelder die door een ingeschakelde actieregel wordt gebruikt; zolang zo’n actieterugmelder vrij is gebruikt RailKernel een blauwe vulling. De kleuren voor vrij en bezet zijn in Instellingen aan te passen aan contrastvoorkeur en kleurwaarneming.

Live en Live: RAW

Live opent een doorlopende lijst van verwerkte statuswijzigingen van gedefinieerde terugmelders. Live: RAW is de diagnoseweergave van alle ruwe terugmeldgebeurtenissen vóór de normale filtering en onderdrukking door RailKernel. Bij het starten van RAW verdwijnen de statuskleuren en worden alle tellers op nul gezet. Iedere ontvangen ruwe wijziging verhoogt de teller op het exacte adres van centrale, bron, bus, module en contact. De cel kleurt van licht naar steeds sterker rood naarmate de teller stijgt. Zo worden instabiele ingangen, bedradingsproblemen en herhaald busverkeer onmiddellijk zichtbaar. Live en Live: RAW kunnen niet tegelijk actief zijn.

De getallen in het onderstaande voorbeeld zijn aantallen gebeurtenissen, geen terugmeldadressen of bezetwaarden. Een gezonde, rustige ingang blijft ongekleurd. Het geconcentreerde rode patroon op meerdere contacten in hetzelfde S88-gebied toont onmiddellijk waar het abnormale verkeer optreedt. Door betrokken contacten, modules en bussen te vergelijken kun je één defecte ingang onderscheiden van een gezamenlijk probleem met module, kabel, voeding of bus.

RailKernel Terugmeldmonitor in Live RAW-modus met hoge aantallen ruwe statuswijzigingen op instabiele S88-contacten
Een echte diagnoseopname: snel oplopende tellers en steeds rodere cellen onthullen instabiel terugmeldverkeer en lokaliseren het getroffen S88-gebied.

Lengtes van CS3-terugmeldbussen

Het paneel Terugmeldbusgegevens linksonder in het CS3-overzicht toont drie kolommen. Defined bevat de in RailKernel opgeslagen aantallen directe en S88 Link-modules. Configured bevat de waarden die uit die specifieke CS3 zijn gelezen. Calculated leidt de benodigde lengtes af uit de terugmelddefinities in het geladen baanplan. Deze waarden onthullen een te klein ingesteld bereik of terugmelders die aan de verkeerde centrale of bus zijn toegewezen. Je kunt de Defined-waarden bewerken en opslaan. RailKernel wijzigt terugmelddefinities in een centrale nooit stilzwijgend; aanmaken, verwijderen en synchroniseren vereisen altijd jouw uitdrukkelijke goedkeuring.

Terugmeldbusgegevens linksonder in het CS3-overzicht
De aantallen directe en S88 Link-modules bepalen welk deel van de CS3-adresruimte RailKernel leest.