Help
Blokken genereren
Bouw je baanplan in drie stappen op: blokken genereren, terugmeldsecties daarin plaatsen en daarna hun adressen en bedrading genereren. Handmatig werken en bestaande definities combineren met generatie blijft mogelijk.
Blokgeneratie starten
Open Definiëren → Blokken genereren in een project met rails. Eerst verschijnt de insteldialoog. Feedback seeding only staat standaard aan: alleen spoorsecties met terugmelders komen in aanmerking. Zet dit uit om vanuit de rails blokken te genereren voordat er terugmelders zijn geplaatst. Met OK start de generatie; bestaande blokken blijven ongewijzigd.
Lengtegrenzen en hele rails
Vul Minimum blocklength mm en Maximum blocklength mm in. Een leeg veld betekent geen grens. Het minimum mag nul zijn; het maximum moet positief en minstens gelijk aan het minimum zijn. RailKernel verdeelt geschikte spoorsecties op railverbindingen en gebruikt de werkelijke lengtes van rails en flexrails. Het kan geen rail doorknippen om een gewenste maat te halen. De samenvatting vermeldt secties die te kort zijn of niet binnen de grenzen verdeeld kunnen worden.
Blokken handmatig maken en opnieuw indelen
Blokken genereren is niet verplicht. Gebruik op een rail die nog niet bij een blok hoort het contextmenu op het canvas om zelf een blok te maken en alle eigenschappen in te vullen, of om een bestaand losgekoppeld blok te koppelen. Met Blok loskoppelen (Detach Block) verwijder je de koppeling tussen het blok en zijn rails, terwijl de blokdefinitie en instellingen bewaard blijven. Je kunt daarna de rails aanpassen en het blok opnieuw koppelen. Blok kopiëren (Copy Block) behoudt het oorspronkelijke blok en maakt een afzonderlijke kopie met een nieuwe naam. Deze kopie begint losgekoppeld en kan aan een andere geschikte railsectie worden gekoppeld. Blok koppelen (Attach Block) is beschikbaar op geschikte rails die nog niet in een blok liggen, ook bij secties die met een wissel of stootblok zijn verbonden en bij de rail van een draaischijf.
Hoe het algoritme werkt
RailKernel volgt aaneengesloten, voor blokken geschikte rails tot een grens, zoals een wissel, kruising, stootblok, open einde of bestaand blok. Schakelbare knooppunten blijven buiten gegenereerde blokken. Feedback seeding only bepaalt welke spoorsecties worden meegenomen; de lengtegrenzen bepalen de verdeling in blokken. Bestaande blokdefinities en hun rails worden behouden.
De geometrie levert de maten
De railgeometrie levert de maten, ook voor bogen en flexrails. Nieuwe blokken krijgen opeenvolgende namen zoals B001. Het zijn gewone bewerkbare blokken: je kunt ze hernoemen, eigenschappen aanpassen en later terugmelders en stopposities toevoegen.
AC-secties met 24047-paren
De reeks 24047 – [24047 – tussenliggende rails – 24047] – 24047 wordt uit het baanplan herkend, ook zonder bestaande terugmelder. De volledige constructie, inclusief beide buitenste rails, moet binnen één blok blijven. De paren worden op volgorde gecombineerd: paar 1 + 2 vormt één constructie, paar 3 + 4 de volgende. Past dit niet binnen de lengtegrenzen, dan wordt de spoorsectie met uitleg overgeslagen. Bestaande blokken worden niet herbouwd; een deels toegewezen constructie wordt niet over nieuwe blokken verdeeld. Bij een dubbelzinnige gesloten lus beschermt de blokgenerator de hele lus; de terugmeldgenerator meldt de twijfel in plaats van een zijde te kiezen.
Eerst blokken, daarna detectie
Met Feedback seeding only uit kan een gegenereerd blok aanvankelijk zonder terugmelders zijn. Dat helpt bij het ontwerpen, maar geeft nog geen fysieke bezetmelding. Gebruik vervolgens Definiëren → Generate Feedbacks of plaats terugmelders handmatig. Ken vóór automatisch rijden de echte detectoradressen toe en controleer ze.
Ongedetecteerde rails tussen blokken
Rails tussen blokken blijven onderdeel van de routegeometrie. Hun lengtes tellen mee in afstandsberekeningen; accessoires op de route worden waar nodig gereserveerd en geschakeld. Het genereren van een blok maakt op zichzelf geen detector en bewijst niet dat het spoor vrij is.
Het resultaat controleren
Controleer de samenvatting en het canvas, vooral overgeslagen spoorsecties en de 24047-constructies. Je kunt de instellingen wijzigen en opnieuw genereren: bestaande blokken blijven staan en de resterende geschikte rails worden gebruikt. Sla het project op wanneer de indeling goed is.
Delete maiden blocks
De knop Delete maiden blocks staat linksonder in de generatiedialoog. Na bevestiging verwijdert hij geschikte blokken met standaardwaarden en zonder terugmelders. De controle gebruikt de huidige waarden, geen bewerkingshistorie: een hernoemd blok blijft staan; de standaardnaam heeft de vorm B001. Ook blokken die in gebruik, bezet of gereserveerd zijn worden beschermd. De rails blijven behouden. Wil je gegenereerde blokken vervangen die al terugmelders bevatten, beoordeel dan eerst die terugmelders; deze knop verwijdert zulke blokken niet.