Help

Inleiding tot RailKernel

RailKernel is een modern platform voor het ontwerpen, besturen en beheren van digitale modelspoorbanen. Deze inleiding beschrijft de uitgangspunten van RailKernel en de gebruikelijke weg van installatie naar je eerste treinbeweging.

Wat is RailKernel?

RailKernel brengt baanontwerp, centralebesturing en spoorbedrijf samen in één toepassing. Een baanplan is niet alleen een statische tekening: RailKernel bouwt een technisch model van de spoorbaan. Rails zijn met elkaar verbonden, accessoires horen bij fysieke spoorelementen, terugmelders rapporteren bezetting en blokken bepalen waar treinen veilig kunnen rijden.

Wat kun je met RailKernel doen?

RailKernel ondersteunt de volledige werkwijze van het tekenen tot het rijden:

  • Een baan geometrisch ontwerpen met catalogi van fabrikanten.
  • Een of meer ondersteunde centrales verbinden en beheren.
  • Wissels, seinen, ontkoppelaars en draaischijven plaatsen en bedienen.
  • Terugmeldcontacten en bezetting realtime bewaken.
  • Operationele blokken genereren en bewerken.
  • Locomotieven importeren en besturen en treinen samenstellen.
  • Routes maken, onderzoeken en vooraf bekijken.
  • Treinen handmatig of automatisch laten rijden.

De aanpak van RailKernel

Het baanplan blijft het centrale beeld. RailKernel gebruikt hetzelfde fysieke model voor tekenen, bewaken, routeberekening en treinbedrijf. Bezette en gereserveerde blokken, wisselstanden, terugmeldingen en rijdende treinen verschijnen daarom rechtstreeks op de spoorbaan waarbij ze horen. Zo blijft de besturing transparant: je ziet wat RailKernel weet en wat het doet.

Voordat je begint

Installeer de actuele RailKernel-versie voor Windows, Linux of macOS. Tijdens het ontwerpen is een centrale niet verplicht, maar voor het besturen van een fysieke baan wel. Controleer of computer en centrale elkaar via het netwerk kunnen bereiken en maak een reservekopie van bestaande baan- en centralegegevens voordat je de hardwareconfiguratie wijzigt.

Een gebruikelijke werkwijze

  1. Installeer en start RailKernel.
  2. Configureer onder Verbindingen nul of meer centrales.
  3. Maak een project en kies de catalogus van je railsysteem.
  4. Teken een nieuw baanplan of importeer een bestaand TCD- of TCDZ-baanplan.
  5. Definieer accessoires en terugmeldcontacten en koppel ze aan de juiste centrale.
  6. Genereer de blokken en controleer de Projectstatistieken totdat het baanplan consistent is.
  7. Importeer of maak een locomotief en definieer een trein.
  8. Test accessoires en terugmelders voordat je automatisch rijden toestaat.
  9. Begin met een eenvoudige beweging en maak en bekijk daarna routes.

Waar ga je verder?

De volgende hoofdstukken behandelen de installatie, verbindingen, het tekenen van de baan, accessoires, terugmelders, blokken, locomotieven, treinen, routes en automatisch rijden. Gebruik de index hierboven om rechtstreeks naar het gewenste onderwerp te gaan.