Help

Locomotieven

Een locomotief is het afzonderlijk adresseerbare, aangedreven spoorvoertuig dat RailKernel via een centrale bestuurt.

Locomotieven in RailKernel en centrales

Een centrale kent de informatie die nodig is om een locomotief te besturen: interne identiteit, protocol, decoderadres, rijstappen en functies. RailKernel importeert die operationele identiteit en voegt projectgegevens boven de protocollaag toe, zoals de verantwoordelijke centrale, fabrikant, catalogusnummer, fysieke lengte, locomotieftype, functiesjabloon, afbeelding en opmerkingen. Een locomotief kan dus al in de centrale bestaan voordat zij in het project staat. Importeren maakt de RailKernel-definitie; het registreert de decoder niet opnieuw. Wanneer een centrale schrijven ondersteunt, zijn upload en onderhoud van de centraledatabase beschikbaar via Centrales en niet via deze projecteditor.

Locomotieven importeren

Open de importopdracht voor locomotieven. RailKernel leest de beschikbare locomotieflijst van iedere verbonden centrale en geeft iedere centrale een eigen tab. De tabel toont of een regel wordt geïmporteerd, samen met naam, adres, protocol, UID en aantal functies. Tabtitel en voettekst vermelden hoeveel regels zijn gelezen en getoond.

Het venster Locomotieven importeren met een tab per verbonden centrale
Kies locomotieven per centrale of selecteer alle zichtbare nieuwe regels in één keer.

Kiezen wat je importeert

Vink afzonderlijke regels aan wanneer slechts enkele locomotieven in het project horen. Alles aanvinken kiest iedere zichtbare importeerbare regel en Alles uitvinken wist de selectie. Alleen nieuwe locomotieven tonen/importeren verbergt regels die RailKernel al herkent; schakel dit uit om de volledige centralelijst te vergelijken. Bestaande adres/protocolcombinaties en tractie- of consistregels die geen gewone locomotief zijn worden tegen duplicatie beschermd. Druk op Locs importeren van de geselecteerde centrale en herhaal dit zo nodig op een andere tab.

De Locomotiefmanager

Open Locomotieven vanuit het menu voor de projectlijst. De tabel kan worden gesorteerd en gefilterd en toont operationele identiteit naast merk- en catalogusgegevens. Nieuw maakt handmatig een locomotief, Bewerken opent de definitie, Bedienen opent directe locomotiefbediening en Verwijderen verwijdert geselecteerde projectregels. Vorige en Volgende in de editor laten je door de lijst bladeren.

De Locomotiefmanager en het venster Locomotief bewerken
De projectlijst combineert de identiteit uit de centrale met RailKernel-model- en bedrijfsgegevens.

Locomotiefdetails

Naam
De centrale- of projectnaam die in heel RailKernel wordt gebruikt. Voor geïmporteerde locomotieven blijft deze operationele identiteit alleen-lezen. Een betekenisvolle naam geeft Voorgesteld model ook bruikbare zoekinformatie.
Protocol
Het decoderprotocol, bijvoorbeeld DCC, MFX of Motorola. Samen met adres en centrale bepaalt het hoe rij- en functieopdrachten worden verzonden.
Adres
Het decoderadres van de geselecteerde centrale. Geïmporteerde protocol- en adreswaarden komen uit die centrale en worden niet terloops door metadatawijzigingen herschreven.
Centrale
De geconfigureerde centrale die verantwoordelijk is voor deze locomotief. Alle snelheids-, richtings- en functieopdrachten gaan naar deze verbinding.
Voorgesteld model
Een AI-ondersteunde zoekopdracht in RailKernel Cloud zoekt in de RailKernel Model Database naar producten die bij de naam kunnen passen. Een resultaat kan merk, catalogusnummer, lengte en locomotieftype invullen en de afbeelding vernieuwen. Suggesties zijn kandidaten, geen bewijs; controleer altijd het gekozen model.
Merk
De fabrikant. Samen met het catalogusnummer verbindt dit de locomotief met afbeeldingen, productpagina’s, handleidingen en copyrightinformatie in RailKernel Cloud.
Locomotieftype
De tractiecategorie, bijvoorbeeld stoom, diesel, elektrisch of overig. Een gekozen RMDB-model kan deze waarde voorstellen.
Catalogusnummer
Het artikelnummer van de fabrikant voor het fysieke model. Een juiste waarde is nodig voor de correcte afbeelding en documentatie.
Lengte mm
De fysieke modellengte in millimeters. RailKernel gebruikt die bij het plaatsen en volgen van rollend materieel in blokken en bij de controle of treinen passen.
Functiesjabloon
Koppelt decoderfunctienummers aan consistente namen, pictogrammen en gedrag voor dit model of deze decoderfamilie.
Opmerking
Vrije notities over locomotief, decoder, onderhoud, eigendom of operationele beperkingen.

Voorgesteld model heeft een bruikbare naam nodig

De cloudzoekfunctie haalt betekenisvolle woorden en catalogusachtige nummers uit de naam. Een algemene naam als “locomotive1” zegt niets over prototype of product en levert waarschijnlijk geen nuttige overeenkomst. Namen als “ns1215” of “big boy 1” bevatten herkenbare spoorinformatie en kunnen relevante kandidaten opleveren. Het voorbeeld hieronder toont meerdere Big Boy-modellen die uit “big boy 1” zijn gevonden. Kies fabrikant en artikel alleen wanneer die overeenkomen met de locomotief die je werkelijk bezit.

Kandidaten voor Voorgesteld model bij een locomotief met de naam big boy 1
Met een beschrijvende naam kan RailKernel Cloud aannemelijke RMDB-resultaten ter controle tonen.

Een locomotief kalibreren en de kalibratie bekijken

Met de knoppen Calibrate en Calibration in de locomotiefdefinitie leg je het werkelijke rijgedrag van de geselecteerde locomotief vast. RailKernel bewaart de metingen bij de locomotief en kan daarmee decoderstappen vertalen naar realistische bewegingen en remgedrag.

Calibrate

Calibrate opent de begeleide meetrit. Plaats de locomotief op de middelste terugmelder B. RailKernel volgt het aangesloten spoor in beide richtingen, met de actuele wisselstanden, en kiest aan weerszijden de eerste terugmelder als A en C. De meetafstanden worden uit de werkelijke geometrie berekend. Kies welke decoderstappen moeten worden gemeten en of beide rijrichtingen moeten worden gekalibreerd.

  1. RailKernel positioneert de locomotief eerst vanuit B in Achteruit, zodat de eigenlijke kalibratie duidelijk in Vooruit kan beginnen.
  2. De gekozen rijstappen worden van hoog naar laag gemeten. De tijdmeting begint wanneer de vertrekterugmelder vrij wordt en stopt wanneer de doelterugmelder bezet raakt.
  3. De detectielengte van de locomotief wordt meegerekend. Deze volgt uit de locomotieflengte en de voorste en achterste detectie-overhang.
  4. Nadat de locomotief de doelterugmelder heeft verlaten en de terugmelder vrij komt, stuurt RailKernel snelheid nul. Meet na stilstand vanaf het einde van die terugmelder in de rijrichting tot de achterste detecterende as. Deze remweg is nul of positief; het kalibratievenster komt naar voren en zet de focus in dit veld.
  5. Als beide richtingen zijn gekozen, meet RailKernel dezelfde rijstap tijdens de terugrit voordat de volgende lagere stap begint.
  6. Je kunt een lange kalibratie afbreken. RailKernel vraagt dan of de tot dat moment verzamelde metingen moeten worden opgeslagen. Een nieuwe meting vervangt de bestaande waarde voor dezelfde rijstap en richting.

Calibration

Calibration opent de opgeslagen metingen zonder de locomotief te laten rijden. Iedere regel toont de decoderstap, richting, gemeten afstand en tijd, snelheid in millimeter per seconde, berekende schaalsnelheid, de snelheid gerelateerd aan de ingestelde maximumsnelheid van de locomotief en de remweg.

  • Heeft deze locomotief nog geen metingen, kies dan een andere gekalibreerde locomotief en druk op Copy. RailKernel kopieert de kalibratie naar de huidige locomotief; daarna kan deze kopie onafhankelijk worden gewijzigd.
  • Selecteer een of meer meetregels om Delete selected measurements zichtbaar te maken. Daarmee worden uitsluitend de geselecteerde combinaties van rijstap en richting verwijderd.
  • Groene rijstapvakjes in het Calibrate-venster geven aan dat voor die stap al een meting bestaat. Een nieuwe meetrit voor zo’n stap werkt de opgeslagen waarde bij.
  • Start from scratch verwijdert alle bestaande meetpunten zodra de eigenlijke meetreeks na de positioneringsrit wordt gestart. Zonder deze keuze worden alleen opnieuw gemeten combinaties van rijstap en richting vervangen en blijven de overige punten behouden.

Van km/u naar decoderstappen

RailKernel gebruikt de locomotiefkalibratie als basissnelheidsmodel. De gemeten curve koppelt per rijrichting een decoderstap aan de werkelijke beweging in millimeter per seconde en aan de remweg. De hoogste bruikbare meting wordt gekoppeld aan de ingestelde maximumsnelheid van de locomotief; tussenliggende km/u-waarden worden over de gemeten, niet-lineaire curve geïnterpoleerd. De getoonde km/u is daarmee een praktische bedieningsschaal en geen aanspraak op een laboratoriumnauwkeurige schaalsnelheid.

Gebruik tijdens rijden, remmen en stoppen

Handmatige bediening in km/u en automatische routing gebruiken dezelfde richtingsafhankelijke locomotiefcurve. Een gevraagde routesnelheid wordt voor Vooruit of Achteruit omgezet naar de passende decoderstap. Bij het naderen van een ingestelde stoppositie combineert RailKernel de geïnterpoleerde snelheid in mm/s met de gemeten remweg om te bepalen waar het snelheid-nulcommando moet worden verzonden. Acceleratie- en remfactoren van het treintype kunnen het resultaat nog corrigeren.

Treinkalibratie als belastingscorrectie

De locomotiefkalibratie beschrijft de locomotief zelf. De optionele treinkalibratie blijft nuttig om te meten hoe een bepaalde trein dit gedrag beïnvloedt door massa, lengte, rolweerstand en de gekoppelde voertuigen. Zij meet slechts vier bedrijfssnelheden—50, 70, 90 en 110 km/u—en vormt een correctielaag boven op de gedetailleerde locomotiefcurve, geen concurrerend snelheidsmodel. Tussen de meetpunten kan worden geïnterpoleerd.

De rekenvolgorde is: gevraagde km/u → richtingsafhankelijke locomotiefcurve → decoderstap en basisremweg → optionele treincorrectie. Ontbreken bruikbare locomotiefmetingen, dan valt RailKernel terug op de bestaande treinkalibratie en feedback-/stoppositielogica.